Chris Vanderschaeghe

 

Chris Vanderschaeghe heeft alles om binnenkort een niet onbelangrijke plaats te bekleden in de actuele beeldtaal alhier. Hij is een gedreven jonge kunstenaar. Hij ontwikkelt op spontane wijze een eigen motief dat zowel gedachte is als beeldend element en dat soepel van een tweede naar een derde dimensie glijdt en omgekeerd. Hij geeft dat motief een eigen allure en weet dat het zowel plastisch als ideëel zinvol en welsprekend is en bron van tal van interpretaties.

Dat motief, die basisgedachte, dat teken vol betekenissen is een cocon, het langwerpige verblijf van wat een vlinder zal worden . Op zich is dat een sierlijke vorm en tevens het aankondigen van een ander soort sierlijkheid. Niet bepaald origineel zullen sommigen denken. Dat is inderdaad zo maar de manier waarop die vorm gehanteerd wordt en gemanipuleerd is dat wel. Daar treedt de kunstenaar op de voorgrond, in zijn vinden en uitwerken van de metamorfoses van een vorm, van een module, van een in enige mate voor de hand liggende ritmiek en tevens in zijn bezielen van de materie die klei is met tal van bijkomende attributen of verf zodat sculpturen groeien en schilderijen het motief sublimeren.

 

Zijn ontdekken van dit veilige en gestroomlijnde nest is langzaam gegroeid via schilderijen en objecten, aangezichten en allusies naar maatschappelijke gegevens. De vorm is een vondst, een sleutel naar andere, analoge, verwante, afwijkende en divers behandelde vormen. Zo is in vrij korte tijd een eigen wereld gegroeid, die omwille van de vindingrijkheid en de intense aanwezigheid van materie -zowel in de keramische stukken die vaak in een totaalbeeld zijn opgenomen als in de doeken van plamuur en verf - het gegeven overstijgt en van een vorm een signaal maakt, een basisidee als onderdeel van een structuur. Die structuur kan puur vormelijk verlopen, maar vertolkt ook vrij vaak een -zeer uiteenlopende - sfeerschepping, een emotie, een boodschap, een verwachting, een obsederende stapeling, een sensatie van gebonden zijn, geketend, onvrij.

De wieg van het vrije fladderen verschijnt als een langgerekte beweging, vastgebonden op diverse wijzen, geplet, opgesloten, golvend bijna, bevreemdend, enigmatisch, tot barstens toe vol met een geheimzinnige aanwezigheid die sterft als men haar bevrijdt.

De vorm is ondanks haar manifeste symboliek ontdaan van alle anekdote en wordt element van een structuur, raderwerk van een geheel, constructie, wezen van groei, ellips met uitwassen, lichtend mysterie in een donker bouwwerk, gevangene die bevrijding symboliseert.

De keramiek van Chris Vanderschaeghe krijgt steeds het gezelschap van andere materialen maar zij blijft een centraal element.

Op een bepaald ogenblik heeft hij een cocon van ijzerdraad gevlochten, een etherische vorm. Dit skelet van bolle en langwerpige ritmiek is binnengegleden in schilderijen van (bijna) monochromie. Cocon verzonken in veld van tenger groen of wat dan ook, in lichtende kleuren, is een nieuwe en uitermate boeiende stap in de beeldende meditatie van een kunstenaar die het heeft en het zal waarmaken als hij op de ingeslagen weg verder wil gaan en zich door niets of niemand laat ontmoedigen.

Hugo Brutin (a.i.c.a.)